Toespraak gedeputeerde Hans Esmeijer bij presentatie "Veluwe in Verzen" in Huize Hoevelaken.

De heer Esmeijer krijgt de gedichtenbundel

Dames en heren,

Staatssecretaris van der Ploeg heeft de cultuurwereld opgeschud door de introductie van het begrip "cultureel ondernemerschap". Hij bedoelt daarmee dat kunstenaars en culturele instellingen:

Met andere woorden, net als in alle andere sectoren van het bedrijfsleven gaat het ook in kunst en cultuur om vraag en aanbod, om productie en afzet.

Er is wel één belangrijk verschil: de overheid ziet kunst en cultuur als een collectief goed. Of zoveel mogelijk mensen Cola of Appelsientje drinken zal de overheid worst wezen, bij kunst en cultuur is dat de overheid niet onverschillig, net als bij andere zaken die voor ons aller belang zijn als een schoner milieu, een goede infrastructuur, een humane rechtshandhaving, gezondheidszorg, defensie en onderwijs. Wij hebben met zijn allen afgesproken dat kunst en cultuur te waardevol zijn om ze over te laten aan de grillen van de vrije markt. Daarom wordt geaccepteerd dat kunst en cultuur eindproducten opleveren (= voorstellingen, exposities, kunstwerken, films) die niet of niet helemaal worden doorberekend aan de klant (= het publiek). Het publiek betaalt voor zijn entreekaartje dus minder dan de kosten zijn, de rest draagt de gemeenschap. Bij de afdeling research en ontwikkeling binnen het kunstbedrijf (= experimentele kunst) is dat nog sterker het geval. U ziet, parallellen genoeg met het gewone bedrijfsleven.

Waarom deze inleiding? Omdat ik het concept van de Stichting Achterland als culturele instelling, want dat is een uitgever ook, vindt getuigen van uitstekend cultureel ondernemerschap. Deze uitgever is er in geslaagd een cultureel product van hoge kwaliteit te maken, dat in een traditionele kosten/ baten analyse slecht in de markt ligt (nl. gedichten-bundels) maar via een origineel concept toch financieel onafhankelijk van de overheid wordt gerealiseerd. Elk gedicht in deze bundel is nl. geadopteerd door een bedrijf of overheid, dat qua kernactiviteit aansluit bij dat specifieke gedicht. Zo staat het concept garant voor een afnamehoeveelheid, die voor de uitgever financieel aantrekkelijk is. Ik heb begrepen dat de Stichting Achterland meer streekgebonden uitgaven wil publiceren. Als schoonheid criterium is, en bij kunstproducten is dat (ook) zo, zou ik er voor Gelderland nog wel wat weten.

De bundel bevat veel bekende dichtersnamen. Waarom waren zoveel dichters in de Veluwe geinteresseerd? Over de fascinatie van de Veluwe heb ik in het Voorwoord van de bundel al iets gezegd. Ik ben zelf niet geboren maar wel getogen op de Veluwe en woon er nog steeds. Ik zoek en vind er hetzelfde wat zoveel toeristen ook doen. Mooie natuur, veel verstilling en de zoektocht naar een evenwicht tussen dynamiek en rust, tussen maatschappij en individu, tussen materie en emotie. Ook daarom begrijp ik waarom zoveel mensen hier willen wonen, desnoods in een illegaal zomerhuisje. Want dat is de achterkant van de medaille. Zoveel mensen willen hier blijven maar voor zo weinigen is er plaats. Onze streekplannen zijn daarin onverbiddelijk: geen nieuwe huizen of bedrijven, zo min mogelijk auto’s en een maximum aan zelfregulerende natuur. Laat de Veluwe zijn zoals ze is.

Ik zou als Gelders gedeputeerde mijn vak niet verstaan als ik niet ook zei dat de rest van Gelderland anders, maar net zo mooi en aantrekkelijk als de Veluwe is. Daarom heeft de Stichting Achterland een dergelijke dichtbundel ook over Gelderland uitgebracht. Helaas ook over alle andere provincies en dat maakt het net wat minder exclusief, maar de goede verstaander en lezer weet wel beter.

Ik wens alle bedrijven en overheden, die bundels hebben afgenomen, veel leesgenoegen. Maar hou het niet alleen voor u zelf! Verspreid het in ruime mate, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen meegenieten. Ik wens de Stichting Achterland een succesvolle voortzetting van dit uitgeversbeleid, we zien elkaar nog wel eens in Gelderland denk ik. Ik dank het Bouwfonds/ Cultuurfonds voor de gastvrije ontvangst