Bij wijze van Rotterdam (J.A. Emmens)

Stad die ik was, in 't hart geteisterd -
toen sprong een morgen op het hoge paard
(de slaap viel als een roskam uit zijn staart),
zijn spoorslag joeg nerveuze lijsters

naar hoger sferen, waar 't al was te zien:
't geluk viel breed, met volle zeilen binnen,
meerde weloverdacht: het hoefde niets te winnen,
en liet almachtig zijn ontscheping zien.

Aan land barstte de lading en sloeg gaten
in de hemel: alom kon ik ontkomen.
Ik stroom als kranen en ik drijf als dromen,

ik breek uitbundig uit de kelders los
en ik verspreid mij als een grote dorst:
zij gaat op hoge benen door de straten.

HOME I MISSIE I PROJECTEN I BOEKWINKEL I PARTNERS I
CONTACT
Terug naar boekwinkel
STICHTING
ACHTERLAND