Lof van Utrecht (Ad den Besten)

Stad, ik ben nietig als een stille plant
die argeloos ontluikt in uw plantsoenen;
ik schuil in u voor ’t wisselen der seizoenen
en bloei mijn bloemen in uw warme hand.

Of, eerder nog ben ik van uw mosgroene
rustieke torens aan de singelkant
een duif, die er de jonge vlerken spant
maar altijd weerkeert in de bladfestoenen.

O stad, ik heb u lief, ik ben uw kind,
ik ken uw parken, kerken en uw pleinen
als een die er verrukt zichzelf hervindt.

Maar ook, zo waar als ik uw kind mag zijn en
dit vers zich duizelend daarop bezint,
wordt uw bestaan bezegeld met het mijne.

HOME I MISSIE I PROJECTEN I BOEKWINKEL I PARTNERS I
CONTACT
Terug naar boekwinkel
STICHTING
ACHTERLAND