De kleine wereld (Herman de Man)

Fragmenten

Achter de Paardelaan, de trots van IJsselstein, daar ligt de Hollandse IJssel, hun metgezel voor morgen, als ze op Jutfaas aan zullen schooien. En naar Benschop toe, zien ze in de verte, 't geboomte van Snellenburg en 't Hemeltje. Zoals het hier is in de stille Paardelaan, waar je je eigen voetstappen hoort des avonds en waar de grote lindeblaren je liefelijk beschutten, zo rustig is het nergens aan de ingang van een stad waar een slaapstee is.

Alzo de Paardelaan is ten einde, ze tornen verder, welgemoed naar 't vertier. Zie, hier staan ze in de Lopikerpoort en ze betreden het doel van hun tocht, het stadje IJsselstein, dat in deze zomeravondlijke schemer bijkans niet ademt. Over de keien bonkt een mallejan met bomen voor de stoelenfabriek. Dat verstoort de stilte niet, want zulksoort geluid is verweven met het wezen van het stadje. Zomin men ook een mensenhart hoort kloppen.

Ze dragen, zowaar, de koppen fier in de nek; ze slaan de hoek om van de Lopikerstraat en ik, die ze gevolgd heb héél de dag, ik snel ze achterna. Maar op die hoek gekomen (zie ik toch goed??): de straat is leeg. En 't logement is toch nog verder, op de Wal. Zijn zij een winkel binnen geschoten, om brood en worst? Neen. In een woonhuis? Natuurlijk niet. Ik zoek, zoek gejaagd van huis tot huis, tuur aandachtig in alle kenen en stegen, ga later nog navraag doen in 't logement, maar nergens zijn zij meer te vinden.

HOME I MISSIE I PROJECTEN I BOEKWINKEL I PARTNERS I
CONTACT
Terug naar boekwinkel
STICHTING
ACHTERLAND