Noordoostpolder (Jan H. de Groot)

Toen d'aarde bloot kwam, druipend van het water,
was het een scheppingsdag, waarop Gods hand
de stromen scheidde van het slijm'rig land,
dat rilde van verwachtingen. Verlatener

dan ooit lag Schokland, walvis op het strand.
De lip lubt om 't gebit der palissade,
harpoenen in de rug, bomen ter kade,
de flanken aangevreten en ontmand.

En uitgeloerde boeren, strak de monden,
trekken met paard en ploegschaar in de stand,
de voren tot een waaier door de gronden,

delvend het wrak uit zavel en uit zand
waar eens de golven tegen 't leven stonden
van ploegers met de helmstok in de hand.

HOME I MISSIE I PROJECTEN I BOEKWINKEL I PARTNERS I
CONTACT
Terug naar boekwinkel
STICHTING
ACHTERLAND