De brug (Jan H. de Groot)

Wie van het zuiden komt ontwaart de brug
over het rupsenlijf van ’t Rijnse water;
zo spant een opgeblazen streepjeskater,
de haren overeind, zijn hoge rug.

Te avond kaatste de nachtglanzende sater
de diamanten oeverogen terug,
vuurvliegen wentelen en dalen vlug
in ’t zilverpuntig spel van stoeiend water.

De maan achter het lijf der grote kerk
silhouetteert het kantgekloste werk
langs tin en trans en ragfijne pinakel.

Nog wacht de stad het glorieuze merk,
een toren als een vinger naar het zwerk
ten teken van Gods Eeuw’ge tabernakel.

 

 

 

HOME I MISSIE I PROJECTEN I BOEKWINKEL I PARTNERS I
CONTACT
Terug naar boekwinkel
STICHTING
ACHTERLAND